Het Belgische mobiliteitsbudget bestaat uit drie pijlers die werknemers meer flexibiliteit geven in hoe zij hun mobiliteit organiseren. Waar pijler 1 draait rond de elektrische bedrijfswagen en pijler 2 rond duurzame mobiliteit, vormt pijler 3 het sluitstuk van het systeem. In pijler 3 wordt namelijk het resterende mobiliteitsbudget in geld uitgekeerd aan de werknemer.
Voor veel werknemers is pijler 3 een interessant onderdeel van het mobiliteitsbudget, omdat het de mogelijkheid biedt om een deel van het budget effectief als extra inkomen te ontvangen. Tegelijk zijn er belangrijke regels en fiscale aspecten waar rekening mee moet worden gehouden. Het bedrag dat in pijler 3 wordt uitbetaald is namelijk niet volledig netto en kan pas op het einde van het kalenderjaar worden uitgekeerd.
In deze blog leggen we uit hoe pijler 3 werkt, hoe de uitbetaling gebeurt en wanneer deze pijler een interessante keuze kan zijn binnen het mobiliteitsbudget.
Wat is pijler 3 binnen het mobiliteitsbudget?
Pijler 3 van het mobiliteitsbudget is bedoeld voor het restsaldo dat overblijft nadat alle mobiliteitskosten zijn betaald. Nadat een werknemer een keuze heeft gemaakt voor bijvoorbeeld een elektrische bedrijfswagen (pijler 1) of duurzame mobiliteitsoplossingen (pijler 2), kan er nog budget overblijven. Dat resterende bedrag kan aan het einde van het jaar worden uitgekeerd in cash.
Het mobiliteitsbudget wordt dus niet automatisch volledig gebruikt voor mobiliteit. Werknemers kunnen bewust minder budget besteden, waardoor er een saldo ontstaat dat in pijler 3 terechtkomt. Dat bedrag wordt vervolgens als een soort mobiliteitsbonus uitbetaald.
Voor werknemers kan dit een interessante manier zijn om een deel van hun mobiliteitsbudget flexibel te gebruiken. Tegelijk moet men er rekening mee houden dat deze uitbetaling niet volledig belastingvrij is.
Hoe de cash uitbetaling werkt
De uitbetaling binnen pijler 3 gebeurt aan het einde van het kalenderjaar. Werkgevers maken dan een afrekening van het mobiliteitsbudget. Ze kijken hoeveel budget er beschikbaar was en hoeveel daarvan effectief is besteed in pijler 1 en pijler 2.
Het resterende bedrag wordt vervolgens uitbetaald aan de werknemer. Op dat bedrag wordt echter een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07% ingehouden. Deze bijdrage vervangt de klassieke sociale bijdragen en belastingen die normaal op loon van toepassing zijn.
Het gevolg is dat werknemers een aanzienlijk deel van het resterende budget netto ontvangen, maar niet het volledige bedrag. Toch blijft het voor veel werknemers een interessante optie, vooral wanneer ze weinig mobiliteitskosten hebben.
Voorbeeld van een pijler 3 uitbetaling
Om beter te begrijpen hoe pijler 3 werkt, kan een eenvoudig voorbeeld helpen. Stel dat een werknemer een mobiliteitsbudget heeft van €10.000 per jaar.
| Stap | Bedrag |
|---|---|
| Totaal mobiliteitsbudget | €10.000 |
| Pijler 1 (elektrische wagen) | €6.500 |
| Pijler 2 (openbaar vervoer + fiets) | €1.500 |
| Restbudget | €2.000 |
| Bijzondere bijdrage 38,07% | €761 |
| Netto uitbetaling pijler 3 | €1.239 |
In dit voorbeeld blijft er €2.000 mobiliteitsbudget over. Na de bijzondere werknemersbijdrage ontvangt de werknemer ongeveer €1.239 netto.
Dit laat zien dat pijler 3 vaak wordt gezien als een extra voordeel bovenop het mobiliteitsbudget, maar dat het financieel meestal interessanter blijft om eerst gebruik te maken van pijler 2.
Waarom pijler 3 vaak het laatste onderdeel is
Het mobiliteitsbudget is bewust zo opgebouwd dat pijler 3 het minst fiscaal voordelig is. Dat komt doordat de overheid werknemers wil stimuleren om duurzame mobiliteitskeuzes te maken. Daarom zijn uitgaven in pijler 2 meestal volledig vrijgesteld van belastingen en sociale bijdragen.
Wanneer een werknemer het budget volledig in pijler 2 gebruikt, kan het volledige bedrag dus worden besteed aan mobiliteit. Bij pijler 3 gaat er altijd een deel verloren door de bijzondere bijdrage.
Dat betekent niet dat pijler 3 geen interessante optie is. Voor werknemers die weinig mobiliteitskosten hebben, kan het resterende budget alsnog een aantrekkelijk extra inkomen opleveren.
Wanneer pijler 3 interessant kan zijn
Pijler 3 wordt vooral interessant voor werknemers die weinig mobiliteitskosten hebben of die dicht bij hun werk wonen. Wanneer iemand bijvoorbeeld volledig thuiswerkt of op wandel- of fietsafstand van het werk woont, kan het mobiliteitsbudget grotendeels overblijven.
In dat geval kan het resterende budget aan het einde van het jaar worden uitbetaald als een extra financiële bonus. Dit kan bijvoorbeeld interessant zijn voor werknemers die hun mobiliteit al volledig zelf geregeld hebben of die weinig gebruik maken van vervoersmiddelen.
Daarnaast kan pijler 3 ook een rol spelen wanneer werknemers bewust kiezen voor een kleinere elektrische wagen of minder mobiliteitskosten maken dan oorspronkelijk voorzien.
Waar werknemers op moeten letten
Hoewel pijler 3 relatief eenvoudig lijkt, is het belangrijk dat werknemers goed begrijpen hoe het mobiliteitsbudget wordt berekend en opgevolgd. Het beschikbare budget wordt namelijk bepaald op basis van de werkgeverskost van de bedrijfswagen of referentiewagen.
Daarnaast wordt het mobiliteitsbudget meestal beheerd via een mobiliteitsrekening of HR-systeem. Daarin worden alle kosten geregistreerd die binnen pijler 1 en pijler 2 vallen. Het is belangrijk dat werknemers hier regelmatig inzicht in hebben zodat ze weten hoeveel budget er nog beschikbaar is.
Ook moet men onthouden dat de cash uitbetaling pas aan het einde van het jaar gebeurt. Het is dus geen maandelijks extra loon, maar eerder een jaarlijkse afrekening van het mobiliteitsbudget.
Pijler 3 mobiliteitsbudget België: cash uitbetaling van het resterende budget
Pijler 3 vormt het afsluitende onderdeel van het Belgische mobiliteitsbudget. Nadat alle mobiliteitskosten zijn betaald via pijler 1 en pijler 2, kan het resterende budget aan het einde van het jaar worden uitgekeerd in cash.
Hoewel op dit bedrag een bijzondere werknemersbijdrage wordt ingehouden, blijft het voor veel werknemers een interessant extra voordeel. Vooral werknemers met lage mobiliteitskosten kunnen hierdoor een deel van hun mobiliteitsbudget als extra inkomen ontvangen.
Het mobiliteitsbudget is daarmee een flexibel systeem waarin werknemers zelf bepalen hoe ze hun mobiliteit organiseren. Sommigen kiezen voor een elektrische bedrijfswagen, anderen voor duurzame mobiliteitsoplossingen, en weer anderen houden een deel van het budget over voor een cash uitbetaling via pijler 3. Juist die keuzevrijheid maakt het mobiliteitsbudget vandaag een belangrijk instrument binnen het Belgische mobiliteitsbeleid.

